Een moment geduld. We zoeken het geschikte aanbod in Toscane voor je…
Val d’Orcia bezoeken? Deze plaatsen zijn absoluut de moeite waard
De Val d’Orcia is het heuvellandschap ten zuiden van Siena dat sinds 2004 op de werelderfgoedlijst staat: golvende akkers, cipressenlanen en vijf dorpen op heuveltoppen, allemaal binnen een halfuur rijden van elkaar. Wil je het in één dag zien, dan rijd je van Siena via Buonconvento, Montalcino, San Quirico d’Orcia en Pienza naar Montepulciano — ruim anderhalf uur netto rijden, waar je een volle dag over doet.
De vallei is genoemd naar de rivier de Orcia, die er doorheen loopt. Anders dan wel eens wordt geschreven strekt het gebied zich niet uit tot in de provincie Grosseto: de Val d’Orcia ligt volledig in de provincie Siena.
Werelderfgoed sinds 2004
Het gebied staat sinds 2004 op de werelderfgoedlijst van Unesco, en wel om een bijzondere reden: niet om één gebouw of één natuurgebied, maar om het landschap als geheel. Dit is een landschap dat in de veertiende en vijftiende eeuw bewust door Siena is ingericht, als een ideaalbeeld van hoe goed bestuurd platteland eruit hoort te zien. Het beeld dat je hier ziet is dus geen toeval — het is ontworpen, en het is precies het beeld dat schilders uit de Sienese school in hun achtergronden verwerkten.
Het beschermde gebied beslaat vijf gemeenten: Montalcino, Pienza, San Quirico d’Orcia, Castiglione d’Orcia en Radicofani. Montepulciano, dat vrijwel iedereen erbij doet, valt er formeel buiten — het ligt net over de heuvelrug in de Valdichiana.
Wil je vanuit de vallei de heuvels in, dan is de rit naar de Monte Amiata de mooiste omweg die er is.
De wijn en de kaas
In dit kleine gebied liggen twee van de bekendste wijnappellaties van Italië naast elkaar. Brunello di Montalcino DOCG is honderd procent sangiovese en moet jaren rijpen voordat hij op de markt mag; Vino Nobile di Montepulciano DOCG komt van de andere kant van de vallei en is toegankelijker en meestal goedkoper. Daartussenin ligt de Orcia DOC, erkend in 2000, die twaalf gemeenten beslaat en precies het gebied tussen die twee beroemde buren dekt — de wijnen daarvan zijn een stuk betaalbaarder dan hun buren en vaak verrassend goed.
Verder: de pecorino van Pienza, schapenkaas van de kudden die je onderweg in de velden ziet lopen, in verschillende rijpingen en soms in as of hooi gewenteld. Let op: er bestaat geen aparte beschermde benaming “Pecorino di Pienza”, hoewel winkels dat soms suggereren; wat er wel is, is Pecorino Toscano DOP. Daarnaast olijfolie, saffraan uit San Gimignano-stijl teelt, kastanjes van de Amiata, truffels en wild.
De route in één dag
De klassieke rit gaat vanaf Siena zuidwaarts over de SR2, de oude Via Cassia, en dan via de SP146 naar het oosten. Andersom kan net zo goed — kom je vanuit het zuiden of vanaf Montepulciano, dan draai je de volgorde om.
| Etappe | Afstand | Rijtijd |
|---|---|---|
| Siena → Buonconvento | 30 km | ± 30 min |
| Buonconvento → Montalcino | 10 km | ± 15 min |
| Montalcino → San Quirico d’Orcia | 15 km | ± 20 min |
| San Quirico d’Orcia → Pienza | 10 km | ± 15 min |
| Pienza → Montepulciano | 13 km | ± 15 min |
Bij elkaar zo’n tachtig kilometer en ruim anderhalf uur achter het stuur. Dat klinkt als een halve dag, maar reken op een volle: in elk dorp gaat een uur op aan parkeren, klimmen en rondlopen, en tussen San Quirico en Pienza sta je gegarandeerd een paar keer stil voor het uitzicht.
Alle vijf op één dag is haalbaar, maar niet ontspannen
Wie de vallei echt wil zien, splitst hem. Dag één: Buonconvento, Montalcino en Sant’Antimo, met een proeverij. Dag twee: San Quirico, de fotoplekken, Pienza en Montepulciano. Heb je maar één dag, laat dan Montalcino of Montepulciano vallen — die twee liggen het verst uit elkaar en kosten samen het meeste rijden.
Zonder auto lukt deze route niet
Buslijn 112 van Autolinee Toscane rijdt precies dit traject — Siena, Buonconvento, San Quirico, Pienza, Montepulciano — maar volgens de dienstregeling op werkdagen behalve zaterdag, en met grote gaten. Montalcino en Sant’Antimo liggen er niet aan. Er rijdt nog wel een trein van Siena via Buonconvento richting Grosseto, maar daarmee kom je alleen in Buonconvento.
Wil je wél proeven onderweg, dan is een georganiseerde dagtrip de praktische oplossing: dan hoeft niemand nuchter te blijven en rijdt iemand anders de bochten.
De vallei in zonder zelf te rijden
Drie of vier dorpen op een dag, met proeverijen, en niemand die achter het stuur moet blijven.
Buonconvento en de Crete Senesi
Rijd je vanaf Siena de SR2 af, dan volg je een stuk van de oude Via Francigena, de pelgrimsroute naar Rome. Eerst passeer je de Crete Senesi: kleiheuvels die er, zeker na de oogst, kaal en gegroefd bij liggen. Het woord dat er altijd op wordt geplakt is “maanlandschap”, en voor één keer is dat geen overdrijving.
De eerste stop is Buonconvento, een ommuurd stadje dat op de lijst van I Borghi più belli d’Italia staat. Anders dan de dorpen verderop ligt het niet op een heuvel maar gewoon in het dal, aan de doorgaande weg — het was een pleisterplaats voor pelgrims en een handelsplaats, geen vesting. Binnen de veertiende-eeuwse muren staan rode baksteengevels, het Palazzo Podestarile met vijfentwintig stenen wapenschilden, en het Museo d’Arte Sacra della Val d’Arbia met werk van Sienese meesters. In de kerk van de heiligen Pietro en Paolo stierf in 1313 keizer Hendrik VII.
Montalcino
Montalcino is de stad van de Brunello, en dat merk je aan alles. Bij binnenkomst valt meteen de Fortezza op, de veertiende-eeuwse vesting waarvan je de weergangen op kunt; van boven kijk je over de wijngaarden tot aan de Amiata. In de vesting zit tegenwoordig een enoteca. Het Museo Civico e Diocesano kost € 10, met korting € 8, en is in het hoogseizoen dagelijks open van 10.00 tot 18.30 uur.
Proeven is hier niet meer gratis
Er wordt nog wel eens geschreven dat je in de wijnkelders van Montalcino gratis kunt proeven. Dat klopt niet meer. Reken bij een enoteca in het stadje of bij een domein eromheen op ongeveer € 15 tot € 30 per persoon, afhankelijk van welke wijnen er opengaan — bij oudere jaargangen loopt dat op.
Wil je bij een domein proeven, reserveer dan; de meeste ontvangen alleen op afspraak. En bedenk vooraf wie rijdt: in Italië ligt de grens op 0,5 promille, en op nul voor wie zijn rijbewijs korter dan drie jaar heeft.
Parkeren doe je bij de Fortezza (betaald, rond € 1,50 per uur) of gratis iets verder bij Via della Stazione of Piazzale Martiri, vijf tot tien minuten lopen. Het centrum is een ZTL.
Omweg: de abdij van Sant’Antimo
Tien kilometer ten zuiden van Montalcino staat de abdij van Sant’Antimo alleen in een dal met olijfbomen eromheen. Het is een van de gaafste romaanse kerken van Toscane, gebouwd in travertijn en albast dat bij laagstaande zon oplicht.
Eén ding is veranderd: de Franse norbertijnen die hier de gregoriaanse getijden zongen, vertrokken in 2015. Sindsdien woont er geen vaste monniksgemeenschap meer — het beheer ligt bij het aartsbisdom, met zusters van een missiecongregatie ter plaatse. De plechtige zondagsmis wordt nog wel in gregoriaans gezongen, doorgaans om 11.00 uur. Kom je speciaal voor de zang, controleer dan vooraf de tijden bij de abdij zelf; die wisselen per seizoen.
San Quirico d’Orcia
San Quirico is nog zo’n stadje aan de Via Francigena, en het prettigste van de vijf om te parkeren: je zet de auto gewoon langs de stadsmuur en loopt naar binnen.
Twee dingen moet je zien. De Collegiata dei Santi Quirico e Giulitta heeft drie portalen uit verschillende eeuwen, waarvan het romaanse hoofdportaal met de verweven dieren en zuilen het mooiste is. En de Horti Leonini, een Italiaanse renaissancetuin uit de zestiende eeuw, aangelegd binnen de vestingmuren: strak geschoren buxus in geometrische vakken, met daarachter een hoger gelegen bos.
De fotoplekken
Voor veel bezoekers ís de Val d’Orcia dit: die ene boerderij met de oprijlaan van cipressen. Die plekken bestaan echt, ze liggen dicht bij elkaar, en het is goed om vooraf te weten welke je gewoon mag betreden en welke niet.
- De cipressengroep bij San Quirico — de meest gefotografeerde bomen van Toscane staan langs de SR2, rond kilometerpaal 189 tussen Torrenieri en San Quirico d’Orcia. Er zijn kleine parkeerplekken aan weerszijden van de weg; vanaf daar is het vijf tot tien minuten lopen. Let op: de ingang die het dichtst bij de weg ligt, is met een ketting afgesloten. Neem de andere.
- De Cappella della Madonna di Vitaleta — het kapelletje op de heuvelrug tussen San Quirico en Pienza, langs de SP146. Het is particulier eigendom en heeft geen vaste openingstijden; sinds de restauratie van 2021 staat het af en toe open. Er lopen twee paden naartoe vanaf gratis parkeerplekjes langs de weg: een korte van ongeveer tien minuten over vlak terrein, en een langere van een halfuur over de bekende cipressenweg.
- De zigzagweg bij Baccoleno — de beroemde slingerende oprijlaan ligt in de Crete Senesi bij Asciano, een halfuur noordelijker. De oprit hoort bij het agriturismo en is privéterrein voor gasten; fotografeer vanaf de openbare weg.
Blijf van de akkers af
Vrijwel alles wat je hier fotografeert is landbouwgrond in gebruik, en de boeren klagen al jaren over vertrapte gewassen en auto’s die halverwege een bocht in de berm worden gezet. Parkeer op de aangegeven plekken, blijf op de paden en de bermen, en ga niet het veld in voor een beter kader.
Over de kleuren: in mei en juni is het landschap groen, met klaprozen ertussen. In de zomer kleurt het graan goudgeel, mooi maar met hard licht overdag en de meeste toeristen. In de herfst volgt de druivenoogst en zijn de heuvels na het ploegen bruin. Het beste licht is er het hele jaar rond zonsopgang en het laatste uur voor zonsondergang.
De vallei van boven
Bij zonsopgang opstijgen boven de heuvels tussen Pienza en Montalcino.
Omweg: Bagno Vignoni
Bagno Vignoni, vijf kilometer onder San Quirico, heeft iets wat je nergens anders ziet: waar in elk Italiaans dorp een plein ligt, ligt hier een dampend thermaal bassin uit de renaissance, omzoomd door zuilengalerijen. Zwemmen in dat bassin mag al lang niet meer. Je loopt eromheen, kijkt naar de damp, en dat is het.
Onder het dorp ligt het Parco dei Mulini, waar het water over de rotsen omlaag stroomt naar de Orcia. Of je daar het water in mag, is de vraag — de gemeente hanteert een bezoekersreglement en het is een beschermd gebied, dus ga ervan uit dat baden er niet de bedoeling is en kijk ter plekke naar de bordjes.
Wil je écht in het warme water, dan kan dat bij de baden van het dorp zelf. Een dagkaart bij La Posta kost rond de € 55 voor een hele dag en ongeveer € 40 voor een halve; bij Albergo Le Terme kun je ook ’s avonds terecht. Adler Thermae is vrijwel alleen voor hotelgasten. Meer alternatieven staan in ons overzicht van de warmwaterbronnen van Toscane; Bagni San Filippo ligt een halfuur verderop en is gratis.
Pienza
Pienza is geen dorp dat organisch gegroeid is maar een stadsplan dat in vier jaar tijd is neergezet. Enea Silvio Piccolomini, geboren in het gehucht Corsignano, werd in 1458 paus Pius II en besloot zijn geboorteplaats om te bouwen tot een ideale renaissancestad. De architect was Bernardo Rossellino, een leerling van Alberti; hij kreeg de opdracht in 1459 en de Dom werd op 29 augustus 1462 ingewijd. Pius II was dus de opdrachtgever en de bedenker van het idee, niet de ontwerper.
Het resultaat is een plein waar alles klopt: de Dom in het midden, het Palazzo Piccolomini rechts met zijn drie verdiepingen loggia’s die uitkijken over de vallei, het bisschoppelijk paleis links en het stadhuis ertegenover. Het palazzo is te bezoeken — op dinsdag gesloten — en vooral de hangende tuin achter de loggia is de moeite waard.
Achter de Dom loopt een pad langs de stadsmuur waar je over de hele vallei kijkt, tot aan de Monte Amiata. Dat is gratis en het is het mooiste van Pienza. Verder is het stadje één lange straat met kaaswinkels, waar je bijna overal mag proeven voor je koopt. Het centrum is een ZTL; parkeer buiten de muren.
Verder dan het plein
Bij een kaasboerderij kijken hoe de pecorino gemaakt wordt, of de vallei in op een e-bike of een Vespa.
Omweg: Monticchiello
Monticchiello, een kwartier ten zuiden van Pienza, is het dorp dat de meeste bezoekers overslaan en dat daardoor precies is wat ze in Pienza hopen te vinden: een ommuurd gehucht met een handvol straten, uitzicht over de vallei en de cipressenweg die je van de foto’s kent, en geen souvenirwinkel te bekennen.
Het heeft bovendien iets bijzonders: het Teatro Povero. Sinds de jaren zestig schrijven en spelen de dorpsbewoners elke zomer zelf een voorstelling, een autodramma, over wat hen bezighoudt — het verdwijnen van de landbouw, het toerisme, de leegloop. Het wordt buiten opgevoerd, in het dorp zelf, door mensen die daar wonen.
Montepulciano
Montepulciano hoort formeel niet bij de Val d’Orcia — het ligt net over de heuvelrug in de Valdichiana — maar iedereen doet het erbij, en terecht. Het is het grootste en levendigste van de dorpen op deze route.
Je rijdt tot voorbij de muren en klimt dan te voet de Corso op naar de Piazza Grande, het hoogste punt. Daar staan de Duomo met zijn onafgemaakte bakstenen gevel en het Palazzo Comunale, dat op het stadhuis van Florence lijkt en dat niet toevallig. Je kunt de toren beklimmen: € 5 voor de toren, € 2,50 als je alleen het terras doet, gratis voor kinderen onder de tien, en met het Museo Civico erbij € 8. In het seizoen dagelijks open. Van boven kijk je over de Val d’Orcia aan de ene kant en de Valdichiana aan de andere.
Onder aan de heuvel, buiten de muren, staat de kerk van San Biagio alleen in het veld: een renaissancekerk op een Grieks kruis, van travertijn dat in de avondzon oranje kleurt. Het loont om er even heen te rijden, al is het maar voor het aanzicht vanaf de oprijlaan.
En dan de wijn. Montepulciano is de stad van de Vino Nobile, en anders dan in Montalcino zitten de kelders hier letterlijk onder het stadje: eeuwenoude gangenstelsels in de tufsteen waar de vaten liggen. Verschillende daarvan zijn te bezoeken. De Rosso di Montepulciano is de jongere, goedkopere broer en voor doordeweeks vaak de betere koop.
Waar je het beste slaapt
De vallei is klein genoeg om vanaf één plek te verkennen. Slaap je in Pienza of San Quirico, dan zit je centraal en kun je bij zonsopgang bij de cipressen staan voordat de bussen komen. In de heuvels eromheen zit je ruimer en goedkoper, met alles binnen een halfuur.
Veelgestelde vragen
Kun je de Val d’Orcia in één dag zien?
Ja, als je met de auto bent en je beperkt tot drie of vier stops. De route Siena – Buonconvento – Montalcino – San Quirico – Pienza – Montepulciano is ongeveer tachtig kilometer en ruim anderhalf uur netto rijden, maar met parkeren, klimmen en een lunch ben je een volle dag onderweg. Wie het rustig wil doen, splitst het in twee dagen: eerst Montalcino en Sant’Antimo, dan San Quirico, Pienza en Montepulciano.
Welke plaatsen horen bij de Val d’Orcia?
Het Unesco-werelderfgoedgebied bestaat uit vijf gemeenten: Montalcino, Pienza, San Quirico d’Orcia, Castiglione d’Orcia en Radicofani. Buonconvento ligt er net ten noorden van, en Montepulciano valt er formeel buiten — dat ligt over de heuvelrug in de Valdichiana. In de praktijk worden ze allemaal in één rondrit meegenomen. De hele vallei ligt in de provincie Siena.
Waar staan de bekende cipressen van de Val d’Orcia?
De meest gefotografeerde groep staat langs de SR2, de oude Via Cassia, rond kilometerpaal 189 tussen Torrenieri en San Quirico d’Orcia; er zijn kleine parkeerplekken aan weerszijden en vanaf daar loop je vijf tot tien minuten. De Cappella della Madonna di Vitaleta ligt langs de SP146 tussen San Quirico en Pienza, met twee wandelpaden van tien en dertig minuten. De zigzagweg bij Baccoleno ligt verder noordelijk in de Crete Senesi en is privéterrein — fotografeer daar vanaf de openbare weg.
Kun je gratis wijn proeven in Montalcino?
Nee, niet meer. Een proeverij bij een enoteca in het stadje of bij een wijndomein kost tegenwoordig ongeveer € 15 tot € 30 per persoon, en meer als er oudere jaargangen opengaan. De meeste domeinen ontvangen alleen op afspraak, dus reserveer vooruit. Houd er ook rekening mee dat de Italiaanse alcohollimiet 0,5 promille is, en nul voor wie zijn rijbewijs korter dan drie jaar heeft.
Kun je zwemmen in Bagno Vignoni?
Niet in het bassin op het dorpsplein — dat is al lang gesloten voor publiek en je loopt er alleen omheen. In het Parco dei Mulini onder het dorp stroomt het thermale water over de rotsen naar beneden; dat is beschermd gebied met een bezoekersreglement, dus ga ervan uit dat baden er niet de bedoeling is en volg de bordjes. Wie echt in het warme water wil, gaat naar een van de betaalde baden in het dorp of naar het gratis Bagni San Filippo, een halfuur verderop.
Wanneer is de Val d’Orcia op zijn mooist?
In mei en juni is het landschap groen met klaprozen ertussen; dat is voor de meeste bezoekers de mooiste periode. In de zomer kleurt het graan goudgeel, maar dan is het heet, druk en overdag hard licht. In de herfst wordt geoogst en liggen de heuvels na het ploegen bruin. Het beste licht is er het hele jaar rond zonsopgang en in het laatste uur voor zonsondergang.
Bijgewerkt op 8 september 2026. De afbakening van het werelderfgoedgebied komt van het Unesco World Heritage Centre; de gegevens over Pienza en Bernardo Rossellino van Touring Club Italiano en Visit Tuscany; de situatie bij Sant’Antimo van het aartsbisdom en de parochie van Montalcino; de tarieven van het Museo Civico in Montalcino van de Fondazione Musei Senesi en die van de toren in Montepulciano van de gemeente Montepulciano; de Orcia DOC van het Consorzio Vino Orcia; buslijn 112 van Autolinee Toscane. Prijzen en openingstijden kunnen wijzigen — controleer ze voor vertrek.








